Workforce Management, WFM, is het proces waarmee je de personele inzet afstemt op de hoeveelheid werk die je verwacht. Je bepaalt hoeveel capaciteit nodig is, wanneer die capaciteit nodig is en welke kennis en vaardigheden daarbij horen.
Dat begint niet bij het rooster. Een goed WFM proces bestaat uit meerdere stappen die elkaar continu beïnvloeden. Je maakt een prognose, vertaalt deze naar benodigde capaciteit, maakt passende roosters, stuurt bij tijdens de dag en gebruikt resultaten om de volgende planning weer beter te maken.
Juist die samenhang is belangrijk. Een goede forecast heeft weinig waarde als de uitkomsten niet worden gebruikt in de capaciteitsplanning. En een goed rooster werkt alleen als je tijdens de uitvoering ziet wat er daadwerkelijk gebeurt.
De personele inzet verandert continu. Klantvragen verschuiven, verzuim verandert, medewerkers stromen in en uit en organisaties krijgen te maken met nieuwe kanalen, systemen en vormen van dienstverlening.
Tegelijkertijd is personeel voor veel organisaties één van de grootste kostenposten. Te weinig capaciteit zorgt voor hogere werkdruk, langere wachttijden en een lagere kwaliteit van dienstverlening. Te veel capaciteit betekent dat beschikbare uren niet optimaal worden benut.
Workforce Management helpt om daarin onderbouwde keuzes te maken. Niet alleen op basis van wat vandaag gebeurt, maar juist door vooruit te kijken.
Dat wordt steeds belangrijker door de krappe arbeidsmarkt, de ontwikkeling van AI en automatisering, meer aandacht voor medewerkerwensen en de behoefte aan flexibelere dienstverlening. Organisaties kunnen het zich steeds minder veroorloven om capaciteit vooral op gevoel te organiseren.
Data helpt om betere keuzes te maken binnen Workforce Management. Denk aan historische volumes, patronen in klantvraag, productiviteit, beschikbaarheid, verzuim, bezetting en gerealiseerde prestaties.
Binnen de kwaliteitscirkel van Spril komen deze gegevens terug in zes onderdelen: forecasting, capaciteitsmanagement, roostering, Traffic Management, rapportage en optimalisatie.
Die onderdelen staan niet los van elkaar. Wat je tijdens de uitvoering ziet, gebruik je om prognoses te verbeteren. Een veranderende forecast kan gevolgen hebben voor de benodigde capaciteit. En inzichten uit rapportages kunnen aanleiding zijn om processen, roosters of afspraken opnieuw te bekijken.
Zo ontstaat een continu proces van meten, begrijpen en verbeteren.
Data bepaalt daarbij niet automatisch wat de beste keuze is. Het geeft je de informatie om die keuze beter te onderbouwen. De kennis van planners, leidinggevenden en medewerkers blijft daarbij onmisbaar.
Total Workforce Management, TWFM, kijkt verder dan de planning en inzet van medewerkers alleen.
Binnen Workforce Management richt je je vooral op het afstemmen van werk en personele capaciteit. Bij Total Workforce Management kijk je naar de volledige personeelsbehoefte en naar alle manieren waarop je die capaciteit kunt organiseren.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om vaste medewerkers, tijdelijke medewerkers, externe professionals, leveranciers, ontwikkeling van medewerkers en toekomstige benodigde vaardigheden.
Door deze onderdelen gezamenlijk te bekijken, kun je beter bepalen welke capaciteit je in de toekomst nodig hebt en hoe je die het beste organiseert. Zo worden Personeelsplanning, instroom, ontwikkeling en externe inhuur onderdeel van dezelfde aanpak.
Daarmee helpt Total Workforce Management organisaties om niet alleen de bezetting van vandaag goed te regelen, maar ook voorbereid te zijn op groei, schaarste en veranderingen in het werk.
Capaciteit beheren betekent continu kijken naar de verhouding tussen het werk dat gedaan moet worden en de medewerkers die daarvoor beschikbaar zijn.
Dat speelt op verschillende termijnen. Op langere termijn bepaal je hoeveel formatie en welke vaardigheden nodig zijn. Dichter bij de uitvoering kijk je naar roosters, beschikbaarheid en verschillen tussen de geplande en werkelijke vraag.
Goed capaciteitsmanagement maakt deze termijnen onderdeel van één proces. Zo voorkom je dat langetermijnbesluiten losstaan van wat er dagelijks in de operatie gebeurt.
Problemen ontstaan vaak niet binnen één onderdeel van Workforce Management, maar juist tussen de verschillende onderdelen.
Een forecast wordt bijvoorbeeld wel gemaakt, maar nauwelijks gebruikt voor de capaciteitsplanning. Er is voldoende capaciteit beschikbaar, maar niet op de momenten waarop het werk binnenkomt. Of medewerkers beschikken over de juiste vaardigheden, maar deze zijn niet goed verdeeld over teams en roosters.
Ook veel ad hoc wijzigingen kunnen een signaal zijn. Wanneer roosters regelmatig aangepast moeten worden of er voortdurend extra capaciteit nodig is, ligt de oorzaak vaak eerder in het WFM proces.
Door niet alleen het probleem van vandaag op te lossen, maar ook terug te kijken naar de oorzaak, kun je structureel verbeteren.
Goed Workforce Management geeft meer grip op capaciteit, kosten en dienstverlening.
Je weet beter hoeveel medewerkers je nodig hebt en wanneer. Roosters sluiten beter aan op het werk, waardoor onderbezetting en overbezetting afnemen. Medewerkers krijgen meer voorspelbaarheid en leidinggevenden kunnen keuzes rondom formatie, inhuur en ontwikkeling beter onderbouwen.
Ook ontstaat er meer rust in de dagelijkse aansturing. Niet omdat afwijkingen verdwijnen, maar omdat je eerder ziet waar ze ontstaan en weet welke mogelijkheden je hebt om bij te sturen.
Daarmee ondersteunt WFM zowel de medewerker, de klant als de organisatie.
De behoefte aan Workforce Management wordt vaak extra zichtbaar wanneer een organisatie verandert.
Denk aan groei, een reorganisatie, oplopend verzuim, veranderingen in klantvraag, de invoering van nieuwe systemen of een verschuiving naar andere dienstverleningskanalen. Wat eerder nog met ervaring en korte lijnen kon worden opgelost, vraagt dan om meer structuur.
WFM zorgt ervoor dat forecasting, capaciteit, roostering en dagelijkse aansturing op elkaar aansluiten. Daardoor kun je eerder vooruitkijken, betere keuzes maken en gerichter verbeteren.
Workforce Management is daarmee meer dan Personeelsplanning alleen. Het is een manier om vraag en capaciteit continu met elkaar in balans te brengen.