menu

9 Forecast methoden

Geplaatst op: 29 juli 2026
Geplaatst op: 29 juli 2026
CategorieWorkforce Management
Leesduur
15 min leestijd
Deel dit artikel
Heb je vragen?

9 forecastmethoden: welke methode past bij jouw werkaanbod?

Een forecast is een onderbouwde verwachting van het toekomstige werkaanbod. Je gebruikt historische gegevens om patronen te herkennen en combineert deze met informatie over toekomstige ontwikkelingen.

Binnen de kwaliteitscirkel van Spril valt forecasting onder Prognose maken. Het doel hiervan is voorspelbaarheid creëren. De prognose vormt daarna de basis voor Capaciteit beheren, roosters maken en de dagelijkse aansturing.

Er bestaan verschillende forecastmethoden. Welke methode het beste past, hangt af van het patroon in je gegevens. Is het werkaanbod stabiel, stijgt of daalt het, zijn er seizoensinvloeden óf spelen andere factoren een rol?

Wil je eerst meer weten over de basis? Lees dan Wat is forecasting?

Welke forecastmethode kies je?

Begin niet direct met de meest uitgebreide berekening. Onderzoek eerst:

  1. Hoeveel historische gegevens beschikbaar zijn
  2. Of de gegevens betrouwbaar en volledig zijn
  3. Of het werkaanbod stabiel is
  4. Of er een stijgende of dalende trend is
  5. Of patronen zich per week, maand of jaar herhalen
  6. Of andere factoren het werkaanbod beïnvloeden
  7. Hoe ver je vooruit wilt kijken

Test bij voorkeur verschillende methoden. Vergelijk de prognoses daarna met de werkelijke resultaten. Zo ontdek je welke methode voor jullie werkaanbod het meest betrouwbaar is.

1. Lineaire trend forecast

Een lineaire trend forecast gebruik je wanneer het werkaanbod over een langere periode redelijk gelijkmatig stijgt of daalt.

De methode zoekt een rechte lijn die zo goed mogelijk aansluit op de historische gegevens. Vervolgens trek je deze lijn door naar een toekomstige periode.

De formule is:

Y = aX + b

Hierbij staat:

  1. Y voor het voorspelde werkaanbod
  2. X voor de periode, bijvoorbeeld een weeknummer
  3. a voor de gemiddelde stijging of daling per periode
  4. b voor het beginpunt van de lijn

Voorbeeld

Stijgt het werkaanbod gemiddeld met 10 werkzaamheden per week en is het beginpunt 990, dan is de prognose voor week 13:

Y = 10 × 13 + 990 = 1.120

Wanneer gebruik je deze methode?

De lineaire trend forecast past bij gegevens met een herkenbare en redelijk constante stijging of daling.

Waar moet je op letten?

Een trend blijft niet altijd doorgaan. Groei kan afvlakken en een daling kan stoppen. Hoe verder je vooruitkijkt, hoe groter de onzekerheid meestal wordt.

Controleer daarom regelmatig of de trend nog steeds aanwezig is.

Een moving average, ook wel voortschrijdend gemiddelde genoemd, voorspelt het toekomstige werkaanbod aan de hand van een aantal recente periodes.

De methode helpt om kleine en toevallige schommelingen in de gegevens af te vlakken.

Simple moving average

Bij een simple moving average wegen alle meegenomen periodes even zwaar.

Gebruik je bijvoorbeeld de laatste vier weken, dan is de formule:

Prognose = werkaanbod week 1 + week 2 + week 3 + week 4, gedeeld door 4

Iedere nieuwe week voeg je de nieuwste realisatie toe en laat je de oudste weg.

Een kort gemiddelde reageert sneller op veranderingen. Een lang gemiddelde geeft een rustiger beeld, maar reageert langzamer.

Weighted moving average

Bij een weighted moving average, of gewogen voortschrijdend gemiddelde, krijgen recente periodes meer invloed.

Een voorbeeld is:

Prognose = 40% van de laatste periode + 30% van de periode daarvoor + 20% van de derde periode + 10% van de vierde periode

De totale weging moet altijd uitkomen op 100 procent.

Wanneer gebruik je deze methode?

Moving averages passen bij redelijk stabiel werkaanbod zonder een duidelijke trend of sterke seizoensinvloeden.

Waar moet je op letten?

De methode loopt achter wanneer het werkaanbod structureel stijgt of daalt. Ook kan een verkeerde keuze van het aantal periodes ervoor zorgen dat het model te snel óf juist te langzaam reageert.

Test daarom verschillende aantallen periodes en gewichten.

3. Single exponential smoothing

Single exponential smoothing lijkt op een gewogen moving average. Recente realisaties krijgen meer invloed dan oudere realisaties.

Het verschil is dat bij exponential smoothing alle eerdere gegevens indirect worden meegenomen. De invloed wordt steeds kleiner naarmate een realisatie verder in het verleden ligt.

De formule is:

F volgende periode = α × laatste realisatie + (1 − α) × vorige forecast

Hierbij staat:

  1. F voor de forecast
  2. α voor de smoothingfactor
  3. De smoothingfactor ligt tussen 0 en 1

Wat doet de smoothingfactor?

Een hoge smoothingfactor geeft de laatste realisatie veel invloed. De forecast reageert daardoor snel op veranderingen.

Een lage smoothingfactor zorgt voor meer afvlakking. Een eenmalige afwijking heeft dan minder invloed op de nieuwe forecast.

Wanneer gebruik je deze methode?

Single exponential smoothing past bij werkaanbod met een redelijk stabiel niveau, zonder duidelijke trend of seizoenspatroon.

Waar moet je op letten?

Een hoge smoothingfactor is niet automatisch beter bij stabiel werkaanbod en een lage factor niet automatisch beter bij wisselend werkaanbod.

De beste factor bepaal je door verschillende waarden te testen en de forecastafwijkingen te vergelijken. Excel of forecastsoftware kan hierbij helpen.

4. Seasonality forecast

Een seasonality forecast gebruik je wanneer verhogingen en dalingen van het werkaanbod zich volgens een terugkerend patroon voordoen.

Denk aan:

  1. Drukte op bepaalde weekdagen
  2. Een maandelijkse piek rond betaalmomenten
  3. Jaarlijks terugkerende vakantieperiodes
  4. Meer werk tijdens de wintermaanden
  5. Een vaste piek rond feestdagen

Je berekent hiervoor seizoensfactoren. Een seizoensfactor laat zien hoeveel een bepaalde periode gemiddeld afwijkt van een normale periode.

Een factor van 1,20 betekent bijvoorbeeld dat het werkaanbod in die periode gemiddeld 20 procent hoger ligt.

Stappen bij een seasonality forecast

  1. Verzamel gegevens over meerdere volledige seizoenscycli
  2. Bereken het gemiddelde werkaanbod
  3. Bereken per periode de seizoensfactor
  4. Vergelijk de patronen tussen verschillende jaren
  5. Bereken de verwachting voor het totale werkaanbod
  6. Verdeel het verwachte werkaanbod met de seizoensfactoren

Bij een jaarlijks patroon gebruik je bij voorkeur meerdere volledige jaren. Met één jaar kun je niet vaststellen of een patroon echt terugkeert.

Waar moet je op letten?

Controleer of eerdere periodes vergelijkbaar zijn. Feestdagen kunnen verschuiven en openingstijden, klantgedrag of werkprocessen kunnen veranderen.

Een oud seizoenspatroon hoeft daardoor niet meer bij de huidige situatie te passen.

5. Regressie analyse

Met regressieanalyse onderzoek je of het werkaanbod samenhangt met één of meerdere andere factoren.

Denk aan:

  1. Het aantal klanten of cliënten
  2. Het aantal verstuurde brieven of e-mails
  3. Marketingcampagnes
  4. Het aantal bestellingen
  5. De temperatuur
  6. Openingstijden
  7. Het aantal verkochte producten

De basisformule voor een eenvoudige lineaire regressie is:

Y = aX + b + e

Hierbij staat:

  1. Y voor het verwachte werkaanbod
  2. X voor de factor die het werkaanbod mogelijk beïnvloedt
  3. a voor de sterkte van het verband
  4. b voor het beginpunt
  5. e voor het deel dat het model niet verklaart

Voorbeeld

Uit historische gegevens blijkt dat iedere 1.000 verstuurde e-mails gemiddeld tot 50 extra klantvragen leiden.

Wanneer bekend is hoeveel e-mails volgende maand worden verstuurd, kun je deze informatie gebruiken om het extra werkaanbod te voorspellen.

Wanneer gebruik je deze methode?

Regressieanalyse past wanneer het werkaanbod aantoonbaar samenhangt met andere factoren én de toekomstige waarden van deze factoren bekend zijn.

Waar moet je op letten?

Samenhang betekent niet automatisch dat de ene factor de andere veroorzaakt.

Daarnaast kun je alleen vooruitkijken wanneer je ook een verwachting hebt van de beïnvloedende factor. Zonder informatie over een toekomstige campagne kun je het verwachte effect ervan niet berekenen.

6. Timeseries Forecasting

Bij time series forecasting onderzoek je hoe het werkaanbod zich over een langere periode ontwikkelt.

Je verdeelt de historische gegevens in verschillende onderdelen:

  1. Het normale niveau
  2. Een stijgende of dalende trend
  3. Terugkerende seizoensinvloeden
  4. Onverwachte afwijkingen

Daarna gebruik je de relevante onderdelen om een prognose voor de toekomst te maken.

Detrenden

Wanneer je seizoensinvloeden wilt onderzoeken, kan een sterke trend het beeld verstoren.

Je kunt de gegevens daarom eerst detrenden. Je haalt de stijging of daling tijdelijk uit de historische gegevens. Vervolgens bereken je het seizoenspatroon. Bij de uiteindelijke prognose voeg je de trend weer toe.

Voorbeeld van de aanpak

  1. Verzamel gegevens over meerdere jaren
  2. Bepaal de gemiddelde stijging of daling
  3. Haal deze trend uit de historische gegevens
  4. Bereken de seizoensfactoren
  5. Maak een prognose voor het toekomstige niveau
  6. Voeg de trend en seizoensfactoren samen

Wanneer gebruik je deze methode?

Time series forecasting past bij werkaanbod waarin meerdere tijdspatronen tegelijk aanwezig zijn, zoals een trend én een terugkerend seizoen.

Waar moet je op letten?

Een tijdreeksmodel kijkt vooral naar historische patronen. Het weet niet automatisch dat er een campagne, nieuwe klant, wetswijziging of verandering in het werkproces aankomt.

Voeg bekende toekomstige ontwikkelingen daarom apart aan de basisprognose toe.

7. Exponential smoothing for a trend model (Holts)

De methode van Holt is een uitbreiding op single exponential smoothing.

Single exponential smoothing houdt alleen rekening met het actuele niveau. Holt voegt daar een stijgende of dalende trend aan toe.

Het model gebruikt twee smoothingfactoren:

  1. Een smoothingfactor voor het niveau
  2. Een smoothingfactor voor de trend

De vereenvoudigde forecast is:

Forecast = actueel niveau + aantal toekomstige periodes × trend

Wanneer gebruik je deze methode?

Holt past bij werkaanbod met een duidelijke trend, maar zonder sterk terugkerend seizoenspatroon.

Denk aan een dienst waarvan het werkaanbod iedere maand geleidelijk groeit.

Waar moet je op letten?

Holt kan een stijging of daling te lang doortrekken. Controleer daarom regelmatig of de trend nog bestaat.

Voor voorspellingen op langere termijn kan een afgeremde trend geschikter zijn. Daarbij wordt de verwachte stijging of daling geleidelijk kleiner.

8. Exponential smoothing for a seasonality model (Winters)

Het seizoensmodel van Winters gebruik je wanneer het werkaanbod rond een redelijk stabiel niveau beweegt, maar wel een duidelijk terugkerend seizoenspatroon heeft.

Het model houdt rekening met:

  1. Het actuele niveau
  2. De seizoensinvloed

Het gebruikt hiervoor twee smoothingfactoren:

  1. Een smoothingfactor voor het niveau
  2. Een smoothingfactor voor het seizoen

De vereenvoudigde forecast bij een procentueel seizoen is:

Forecast = actueel niveau × seizoensfactor

Voorbeeld

Het normale niveau is 1.000 werkzaamheden per maand. De seizoensfactor voor december is 1,20.

De forecast voor december wordt dan:

1.000 × 1,20 = 1.200 werkzaamheden

Wanneer gebruik je deze methode?

Deze methode past wanneer er duidelijke seizoensinvloeden zijn, maar geen sterke stijgende of dalende trend.

Waar moet je op letten?

Je hebt voldoende historische gegevens nodig om het seizoenspatroon betrouwbaar vast te stellen.

Controleer ook of de grootte van de seizoensinvloed gelijk blijft. Een piek kan een vast aantal werkzaamheden zijn óf een percentage van het totale werkaanbod.

Holt-Winters combineert drie onderdelen:

  1. Het actuele niveau
  2. Een stijgende of dalende trend
  3. Een terugkerend seizoenspatroon

Het model gebruikt drie smoothingfactoren, één voor ieder onderdeel.

De vereenvoudigde forecast bij een procentueel seizoen is:

Forecast = actueel niveau + toekomstige trend, vermenigvuldigd met de seizoensfactor

Wanneer gebruik je deze methode?

Holt-Winters past bij werkaanbod met zowel een trend als een duidelijk seizoenspatroon.

Denk aan een groeiend klantenbestand waarbij ieder jaar tijdens dezelfde maanden een piek ontstaat.

Additief of multiplicatief

Bij een additief model blijft het verschil door het seizoen ongeveer gelijk.

Het werkaanbod ligt bijvoorbeeld iedere decembermaand ongeveer 500 werkzaamheden hoger.

Bij een multiplicatief model verandert het seizoen mee met het totale niveau.

Het werkaanbod ligt bijvoorbeeld iedere decembermaand ongeveer 20 procent hoger.

Waar moet je op letten?

Holt-Winters vraagt voldoende betrouwbare historische gegevens. Voor een jaarlijks patroon zijn meerdere volledige jaren gewenst.

Het model is uitgebreider dan de andere methoden. Controleer daarom altijd of het werkelijk beter voorspelt dan een eenvoudiger model.

Hoe vergelijk je de negen forecastmethoden?

Test de verschillende methoden met gegevens uit het verleden.

Je kunt hiervoor:

  1. Een deel van de historische gegevens gebruiken om het model te bouwen
  2. Een aantal recente periodes apart houden
  3. Voor deze periodes een prognose maken
  4. De prognose met de werkelijke resultaten vergelijken
  5. De afwijkingen per methode berekenen

Kijk niet alleen naar de gemiddelde afwijking. Onderzoek ook of een methode structureel te hoog of te laag voorspelt.

Een eenvoudige methode die stabiel en begrijpelijk is, kan waardevoller zijn dan een ingewikkeld model dat maar iets nauwkeuriger voorspelt.

De forecastmethode is maar één onderdeel

Een goede berekening is niet genoeg voor een betrouwbare prognose.

Je hebt ook nodig:

  1. Betrouwbare en volledige gegevens
  2. Kennis over ontwikkelingen binnen de organisatie
  3. Duidelijke afspraken over het aanleveren van informatie
  4. Een vast moment om de prognose te controleren
  5. Inzicht in de oorzaken van afwijkingen
  6. Verschillende scenario’s en een verwachte bandbreedte

Maak eerst een statistische basisprognose. Voeg daarna bekende toekomstige ontwikkelingen toe, zoals campagnes, feestdagen, nieuwe klanten en wijzigingen in processen.

Leg iedere handmatige aanpassing vast. Zo kun je achteraf beoordelen of de informatie juist was en de volgende prognose verbeteren.

Van prognose naar capaciteit

Een forecast laat zien hoeveel werk je verwacht. Daarmee weet je nog niet direct hoeveel medewerkers je nodig hebt.

Bij de volgende stap van de kwaliteitscirkel, Capaciteit beheren, vertaal je het werkaanbod naar benodigde uren, medewerkers en vaardigheden.

Je houdt daarbij onder andere rekening met de duur van het werk, productiviteit, kwaliteitseisen, openingstijden en afwezigheid.

Hulp nodig bij forecasting?

Spril helpt organisaties bij het verzamelen en controleren van gegevens, het ontwikkelen van forecastmodellen en het verbinden van de prognose met capaciteit en roosters.

Wil je weten welke forecastmethode bij jullie werkaanbod past? Neem contact met ons op.

Vergelijkbare artikelen

Toegang tot premium artikelen

Sluit venster

Login

Account maken

Ik zoek een interimmer

Sluit venster

Vul je gegevens in

Offerte aanvragen

Sluit venster

Uw gegevens