Consignatie kom je in veel organisaties tegen en wordt in de praktijk ook wel aangeduid als bereikbaarheidsdienst, pieperdienst, oproepdienst, piketdienst of nooddienst. Denk aan een monteur die buiten werktijd bereikbaar is voor een storing, een ICT specialist die wordt opgeroepen als een belangrijk systeem uitvalt of een medewerker die beschikbaar moet zijn bij een onverwachte noodsituatie.
Maar wanneer spreken we juridisch eigenlijk van consignatie? Welke werktijden gelden wanneer iemand wordt opgeroepen? En hoeveel consignatiediensten mag je plannen?
Bij consignatie is een medewerker buiten de normale werktijd bereikbaar om bij een onvoorziene situatie zo snel mogelijk aan het werk te gaan.
Er is volgens de Arbeidstijdenwet sprake van consignatie als aan drie voorwaarden wordt voldaan. De medewerker is buiten werktijd bereikbaar, gaat na een oproep zo snel mogelijk aan het werk en de oproep gaat over een onvoorziene situatie waarbij werkzaamheden nodig zijn.
Een storing die onverwacht ontstaat past hier bijvoorbeeld bij. Werk waarvan vooraf al bekend is dat het iedere avond of ieder weekend moet worden uitgevoerd, kun je niet zomaar onder consignatie laten vallen.
Consignatie in één overzicht?
Liever alle belangrijkste regels bij elkaar? Download onze infographic met de belangrijkste regels rondom consignatie.
Download de infographic Consignatie
Niet automatisch.
De periode waarin iemand alleen bereikbaar hoeft te zijn, geldt in principe niet als arbeidstijd. Zodra iemand wordt opgeroepen om te gaan werken, begint de arbeidstijd.
Voor een oproep geldt minimaal een half uur arbeidstijd. Duurt het werk maar tien minuten, dan telt er dus toch een half uur.
Komt binnen een half uur na het einde van het werk opnieuw een oproep binnen? Dan telt ook de tijd tussen beide oproepen als arbeidstijd.
Er is nog een belangrijke nuance. Een consignatieperiode kan in sommige situaties tóch als arbeidstijd worden gezien als de medewerker tijdens die periode nauwelijks vrij over de eigen tijd kan beschikken. Bijvoorbeeld door een zeer korte reactietijd of doordat iemand gemiddeld heel vaak wordt opgeroepen. Dit volgt uit Europese rechtspraak. Of dit het geval is, hangt af van de omstandigheden.
Voor planners is dat een belangrijk verschil. Alleen iets een consignatiedienst noemen, betekent niet automatisch dat de volledige periode buiten de arbeidstijd valt.
De Arbeidstijdenwet stelt duidelijke grenzen aan consignatie.
Per periode van vier weken mag een medewerker op maximaal 14 dagen geconsigneerd zijn. Binnen diezelfde vier weken moeten er bovendien twee keer twee aaneengesloten dagen zijn waarop de medewerker niet werkt én niet geconsigneerd is.
Tijdens een periode waarin consignatie wordt toegepast mag een medewerker maximaal 13 uur arbeid verrichten binnen 24 uur. De uren die ontstaan door oproepen tellen hierin mee.
Medewerkers jonger dan 18 jaar mogen geen consignatiediensten draaien.
Bij nachtdiensten gelden extra voorwaarden.
Een medewerker mag niet geconsigneerd zijn in de 11 uur vóór een nachtdienst en in de 14 uur ná een nachtdienst.
Ook wanneer consignatie regelmatig in de nacht plaatsvindt, gelden strengere grenzen aan de gemiddelde arbeidstijd.
Is een medewerker binnen 16 weken 16 keer of vaker geconsigneerd tussen 00.00 en 06.00 uur? Dan mag gemiddeld maximaal 40 uur per week worden gewerkt over die periode van 16 weken.
Onder voorwaarden mag dit gemiddeld 45 uur zijn. Na de laatste oproep moet dan direct een onafgebroken rustperiode van acht uur volgen, óf die rustperiode moet nog dezelfde dag vóór 24.00 uur plaatsvinden.
Een oproep tijdens de nacht is overigens niet automatisch een nachtdienst. Daardoor kan iemand tijdens één nacht meerdere keren worden opgeroepen.
Dit klinkt misschien tegenstrijdig, maar een oproep tijdens consignatie wordt volgens de regels niet gezien als een onderbreking van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd.
Dat betekent natuurlijk niet dat meerdere nachtelijke oproepen geen effect hebben op de daadwerkelijke rust van een medewerker.
Daar zit voor Personeelsplanning en Workforce Management een belangrijk verschil tussen wat wettelijk mag en wat gezond en verstandig is. Een rooster kan binnen de grenzen van de Arbeidstijdenwet blijven en tegelijkertijd behoorlijk belastend zijn.
Consignatie wordt regelmatig verward met een aanwezigheidsdienst.
Bij consignatie mag de medewerker zich in principe ergens anders bevinden en is diegene bereikbaar voor een eventuele oproep.
Bij een aanwezigheidsdienst moet de medewerker op de werkplek blijven om na een oproep snel aan het werk te kunnen. Alle uren van een aanwezigheidsdienst tellen als arbeidstijd, ook als iemand tijdens een deel van de dienst wacht of slaapt. Een aanwezigheidsdienst mag maximaal 24 uur duren en hiervoor gelden aanvullende regels uit het Arbeidstijdenbesluit.
Ook de term bereikbaarheidsdienst wordt vaak als ander woord voor consignatie gebruikt. Juridisch is dat niet altijd juist.
Binnen de zorg bestaat een specifieke bereikbaarheidsdienst. Daarbij is het opgeroepen worden een normaal onderdeel van de functie en hoeft er dus geen sprake te zijn van alleen onvoorziene spoedgevallen. Denk bijvoorbeeld aan een verloskundige.
Voor deze bereikbaarheidsdiensten gelden grotendeels dezelfde regels als voor consignatie, maar er zijn verschillen. Zo geldt de regel van maximaal 14 consignatiedagen per vier weken niet op dezelfde manier.
Kijk daarom altijd naar wat een dienst daadwerkelijk inhoudt en niet alleen naar de naam die binnen de organisatie wordt gebruikt.
De Arbeidstijdenwet geeft geen wettelijk recht op een vergoeding voor consignatie.
Dat betekent niet dat consignatie onbetaald hoeft te zijn. In een cao, arbeidsovereenkomst of bedrijfsregeling kunnen afspraken staan over een vergoeding voor het beschikbaar zijn en over de betaling van gewerkte uren na een oproep.
Consignatie kan een goede manier zijn om onverwachte situaties op te vangen. Maar het moet wel passen bij het doel waarvoor consignatie bedoeld is.
Worden medewerkers tijdens vrijwel iedere consignatiedienst opgeroepen? Zijn de oproepen eigenlijk goed voorspelbaar? Of ontstaat er structureel veel werk buiten de geplande bezetting?
Dan is het verstandig om niet alleen naar de Arbeidstijdenwet te kijken, maar ook naar de inrichting van de Personeelsplanning of Workforce Management. Misschien vraagt het werk om andere diensten, een andere bezetting of een andere verdeling van capaciteit.
Goede Workforce Management betekent daarom niet alleen controleren hoeveel consignatiediensten volgens de regels mogelijk zijn. Het betekent ook kijken naar hoe vaak medewerkers werkelijk worden opgeroepen, hoeveel arbeid daaruit ontstaat en of de gekozen oplossing nog past bij het werk.
Heb je vragen over consignatie, de Arbeidstijdenwet of hoe je deze regels goed verwerkt in je roosters? Spril helpt je graag om wetgeving én werkbare Personeelsplanning bij elkaar te brengen.
We baseren dit artikel op de actuele regels uit de Arbeidstijdenwet en informatie van de Rijksoverheid en het Arboportaal.
Officiële bronnen
Rijksoverheid, regels bij consignatie
Arboportaal, aanwezigheidsdiensten en consignatie
Rijksoverheid, regels voor aanwezigheidsdiensten
Bekijk onze uitleg over de Arbeidstijdenwet, download de samenvatting van de Arbeidstijdenwet of verdiep je verder tijdens onze Workshop Arbeidstijdenwet.
Download hier de infographic met de belangrijkste regels voor consignatie.
Laatst bijgewerkt: 10 augustus 2026